WIA staat
voor Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. De WIA heeft per 1 januari 2006
de WAO vervangen. De WIA bestaat uit twee onderdelen: de regeling
Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de
regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten
(IVA). Wat deze regeling financieel voor u betekent als u onverhoopt
arbeidsongeschikt wordt, kunt u uitrekenen op www.koster.nl/wia.
|
De WIA
legt de nadruk op wat mensen nog wél kunnen in plaats van wat zij niet meer
kunnen (zoals bij de WAO het uitgangspunt is). Uitgangspunt in de WIA is de
hoeveelheid verdiencapaciteit die iemand nog heeft die door ziekte of een
ongeval niet meer volledig kan werken. Hierdoor wordt er in de WIA niet meer
gesproken over de mate waarin iemand arbeidsongeschikt is, maar de mate waarin
iemand arbeidsgeschikt is. Verder is een belangrijk verschil dat de ondergrens
is opgetrokken van 15 naar 35% arbeidsongeschiktheid.
|
Wanneer u
onverhoopt door ziekte uw werk niet meer (helemaal) kunt doen en dat gaat langer
duren dan een paar dagen of weken, dan gaat u samen met uw werkgever zoeken naar
oplossingen om weer aan het werk te gaan. Vanaf 1 januari 2004 geldt dat uw
werkgever zo nodig 2 jaar lang uw loon doorbetaalt (voor tenminste 70%). Na deze
periode krijgt u te maken met de WIA. In de WIA kijken de verzekeringsartsen van
UWV na 2 jaar ziekte naar wat u nog wel kunt. Er zijn in de WIA na de
beoordeling 2 mogelijkheden: U kunt deels nog werken of u kunt echt niet meer
werken.
|
De
restverdiencapaciteit is het arbeidsgeschiktheidspercentage dat tijdens de
keuring door het UWV wordt vastgesteld. Het UWV selecteert 3 functies die u, in
vergelijking met uw huidige functie, mogelijkerwijs nog zou kunnen uitvoeren.
Vervolgens wordt naar het gangbare inkomen van de geselecteerde functies gekeken
en wordt de functie met de middelste loonwaarde gekozen. Het verschil met het
inkomen van uw huidige functie wordt in procenten uitgedrukt.
|
Volledig
arbeidsongeschikten (minimaal 80% arbeidsongeschikt) vallen onder de
Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) mits zij ook duurzaam
arbeidsongeschikt zijn. Bestaat er een reële kans dat iemand die volledig
arbeidsongeschikt wordt binnen 5 jaar weer gedeeltelijk aan het werk kan dan
valt hij/zij onder de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten
(WGA). De IVA-uitkering bedraagt 75% van het gemaximeerde dagloon. Indien blijkt
dat iemand duurzaam arbeidsongeschikt is en blijft, kan de IVA-uitkering ook
eerder dan na 2 jaar ziekte worden ingezet. Minimaal een ½ jaar en maximaal 1½
jaar eerder. De IVA-uitkering kan slechts 1 keer worden aangevraagd.
|
Gedeeltelijk en volledige, maar niet duurzaam
arbeidsongeschikten vallen onder WGA. Zij worden gestimuleerd om zoveel mogelijk
te werken tot zover hun ziekte of beperking dat toelaat. De WGA biedt
verschillende reïntegratievoorzieningen en kent een financiële prikkel: meer
werken is altijd lonend. In de eerste loongerelateerde fase bedraagt de
WGA-uitkering 70% van het verschil tussen het laatstverdiende loon en het
eventuele inkomen dat met werken wordt verdiend. In de fase daarna is er ofwel
- een aanvulling als u meer dan de helft van uw resterende verdiencapaciteit
verdient, of
- een vervolguitkering als u minder dan de helft daarvan verdient.
Met een loonaanvulling verdient u altijd meer dan met de
vervolguitkering die gerelateerd is aan het minimumloon.
|
Iemand die
voldoende werkt krijgt boven op het loon dat u met werken verdient, een
aanvulling van 70% van het laatstverdiende loon min de resterende
verdiencapaciteit.
Voorbeeld: u had een dagloon van € 100,- en u
wordt 50% arbeids(on)geschikt. Uw resterende verdiencapaciteit is dus € 50,-. Na
afloop van uw 'loongerelateerde uitkeringsperiode' verdient u € 30,- (dus meer
dan 50% van uw verdiencapaciteit). Dan hebt u recht op een WGA-loonaanvulling
van 70% van (100-50) is € 35,-. Totaal is dat € 65,-.
|
Indien u
niet voldoende werkt, heeft u recht op een uitkering van 70% van het minimumloon
vermenigvuldigd met het arbeidongeschiktheidspercentage. Een aanzienlijke
terugval dus.
Voorbeeld: u had een dagloon van € 100,- en u wordt 50%
arbeids(on)geschikt. Uw resterende verdiencapaciteit is dus € 50,-. Na afloop
van uw ‘loongerelateerde uitkeringsperiode’ verdient u € 10,- (dus minder dan
50% van uw restverdiencapaciteit) U hebt recht op een WGA-loonaanvulling van 70%
x 50% x € 59,29 = € 20,75. Totaal is dat € 30,75.
|
Als u
minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt, blijft u in beginsel in dienst van uw
werkgever en heeft u geen recht op een AO-uitkering. U en uw werkgever moeten er
alles aan doen om u aan het werk te houden. Misschien kunt u in dezelfde baan
blijven, of is er een andere aangepaste baan. Het kan zijn dat de werkgever u
een ander contract biedt met eventueel een ander, lager loon. Werkgever en
medewerker zijn vrij in het bedenken van oplossingen.
|
Ja. Een
WIA-uitkering is in veel gevallen 'loongerelateerd'. Dat betekent dat de
uitkering (mede) gebaseerd is op de hoogte van het loon dat men verdiende
voordat men ziek werd. Maar als het werkelijke loon hoger is dan het
'maximumdagloon', wordt de uitkering op het maximumdagloon gebaseerd. Het
maximumdagloon wordt jaarlijks vastgesteld. Deze regeling wordt aangepast.
Zonder deze aanpassing zouden mensen die meer dan het maximumdagloon verdienden,
helemaal geen uitkering krijgen als ze bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid
naar vermogen (gaan) werken en daarmee het maximumdagloon verdienen. Hierdoor
moet het ook voor mensen met een hoger inkomen lonender worden om (meer) te gaan
werken als ze gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden.
|
De
gevolgen van de WIA kunnen ingrijpender zijn als dat u zou verwachten. Huur,
hypotheek en andere maandelijkse lasten worden elke maand afgeschreven, maar uw
inkomsten kunnen flink teruglopen. Of u uw vaste lasten nog kunt betalen, is
zeer de vraag. Op deze
pagina kunt u een berekening maken van uw vaste maandlasten. Ook kunt u hier
uitrekenen hoeveel u krijgt uitgekeerd indien u arbeidsongeschikt raakt.
|
Een
WGA-gat is het verschil tussen de WGA-loongerelateerde uitkering en de
WGA-vervolguitkering. Dit verschil in inkomen kan gemakkelijk oplopen tot meer
dan 85% ten opzichte van uw inkomsten voordat u ziek werd. Dit WGA-gat ontstaat
wanneer u niet in staat bent uw restverdiencapaciteit voor minimaal 50% te
benutten. Een WGA-gatverzekering of individuele WIA-(excedent)verzekering (of
Lasten-AOV) vangt (een gedeelte van) het verschil op, zelfs tot 70% van het
maximum dagloon.
|
Binnen 3
maanden na de eerste ziektedag moet u in overleg met uw werkgever de
verzekeringsmaatschappij en het UWV op de hoogte brengen van uw ziekte. Deze
instanties zetten dan het proces in werking waarmee u in aanmerking komt voor
een WIA-uitkering en gaan zoeken naar mogelijkheden om uw re-integratie te
bevorderen. Een ziektegeval moet ook altijd binnen 48 uur gemeld worden bij de
Arbodienst.
|
In het
‘oude’ WAO-stelsel was het gebruikelijk dat werkgevers gaten of ‘hiaten’
verzekerden voor hun medewerkers. In de WIA is dat niet vanzelfsprekend. Bij uw
afdeling P&O kunt u navragen hoe het nu geregeld is.
|
In dat
geval kunt u voor uzelf een verzekering afsluiten. Een dergelijke verzekering
wordt ook wel Lasten-AOV of individuele WIA-(excedent)verzekering genoemd.
Daarmee kunt u maandelijks terugkerende en aantoonbare lasten als hypotheek,
zorg, energie e.a. verzekeren. Op www.koster.nl/wia vindt u
een offerteformulier en leest u hierover meer.
|
Op deze pagina kunt alle
informatie nalezen. Ook vindt u hier een rekentool waarmee u uw financiële
situatie kunt uitrekenen mocht u onverhoopt arbeidsongeschikt raken.
|
Staat uw
vraag er niet tussen? Neem contact op met de afdeling Zorg en inkomen, telefoon
0172 424244 of per e-mail: zorg@koster.nl
KOSTER
verzekeringen b.v. heeft haar dienstverlening aangepast aan de Wet op het
financiël toezicht en heeft een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten
onder nummer 12007436 en is aangesloten bij de Stichting Klachteninstituut
Financiële Dienstverlening (KiFiD) onder nummer 300.004399. Klik hier voor meer informatie over
klachten en de KiFiD.
|