Leest u ook de meeste gestelde vragen over de WIA voor de medewerker
Al uw medewerkers die na 1 januari 2006 langer dan 2 jaar ziek zijn, komen in aanmerking voor de WIA: de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze wet is de opvolger van de WAO en vooral gericht op re-integratie van medewerkers. De overheid verwacht daarin van u en uw medewerker een actieve rol. Medewerkers die er niet in slagen te re-integreren, kunnen een dramatische terugval in inkomen krijgen. Hoeveel dat precies zal zijn, is afhankelijk van de mate waarin uw medewerker nog aan het werk is.
De WIA bestaat uit 4 soorten uitkeringen:
- de WGA-loongerelateerde uitkering
- de WGA-loonaanvullingsuitkering
- de WGA-vervolguitkering
- de IVA-uitkering
Hieronder leggen we de uitkeringen uit. Voor voorbeelden/scenario's verwijzen we u naar onze
.
- Indien uw medewerker voor minder dan 35% arbeidsongeschikt verklaard wordt, heeft hij/zij geen recht meer op een wettelijke uitkering. Samen met u moet uw medewerker voor een oplossing zorgen.
- Indien de medewerker volledig (80-100%) en duurzaam arbeidsongeschikt wordt, heeft deze recht op een WIA-uitkering volgens de Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Deze regeling is ook van toepassing als er slechts een kleine kans op herstel bestaat. In de eerste 5 jaar wordt uw medewerker elk jaar opnieuw beoordeeld. De hoogte van de uitkering is maximaal 75% van het laatstverdiende gemaximeerde loon.
- Als uit een strenge en strikte medische keuring blijkt dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van uw medewerker tussen de 35-80% ligt dan wel meer dan 80% maar het herstel is binnen 5 jaar te verwachten, dan kan uw medewerker aanspraak maken op de WGA, regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.
Het UWV bepaalt wat de 'verdiencapaciteit' is; oftewel voor hoeveel procent wordt uw medewerker nog geschikt geacht te werken. De WGA bestaat uit een loongerelateerde uitkering en een loonaanvulling of vervolguitkering:
Om voor de loongerelateerde uitkering in aanmerking te komen, moet allereerst worden voldaan aan de referte-eis. De referte-eis houdt in dat uw medewerker in 26 van de 36 weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid heeft gewerkt. De duur van de loongerelateerde uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van uw medewerker. Per 1 januari 2008 wordt dit minimaal 3 maanden en maximaal 3 jaar en 2 maanden (38 maanden). De hoogte van de loongerelateerde uitkering bedraagt de eerste 2 maanden 75% van het verschil tussen het oude loon en het nieuwe (lagere) loon. Daarna wordt de uitkering 70%.
Als de loongerelateerde aanvulling stopt, kan uw medewerker in aanmerking komen voor een loonaanvulling. De helft van de verdiencapaciteit moet dan tenminste benut worden. Dit is het bedrag dat uw medewerker nog met de arbeidsbeperking kan verdienen. Als er niet of onvoldoende wordt gewerkt, komt uw medewerker alleen in aanmerking voor een vervolguitkering.
|
|
In 2010 betalen alle bij UWV verzekerde werkgevers een uniforme premie voor WAO/WIA van 0,07% en een basispremie WAO/WIA van 5,70%. Daarnaast geldt voor alle bedrijven premiedifferentiatie voor de WGA op individueel niveau. De werkgever kan er ook voor kiezen het risico van de gedifferentieerde premie zelf te dragen en een verzekering af te sluiten via een particuliere verzekeraar. Dit eigen risico duurt maximaal 10 jaar en tot de 65-jarige leeftijd. Na die 10 jaar neemt het UWV de WGA-uitkering over. De keuze voor het eigen risicodragen kunt u 2x per jaar maken. Laat KOSTER u eens voorrekenen of dat in uw situatie voordeliger is of maak direct een afspraak.
|
|
Werkgevers kunnen het financiële risico van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bij UWV onderbrengen of zelf dragen en dat risico verzekeren bij een verzekeraar. Als u eigenrisicodrager wordt voor de WGA, dan draagt u voor een periode van 10 jaar de WGA-uitkeringslasten van uw medewerkers en bent u in die tijd verantwoordelijk voor hun reïntegratie (uiteraard wordt u hierin ondersteund door de verzekeringsmaatschappij). Als eigenrisicodrager hoeft u geen gedifferentieerde premie te betalen aan het UWV. Werkgevers die al voor 2005 eigenrisicodrager waren voor de WAO (en niet voor 2005 hebben aangegeven dit niet meer te willen zijn), zijn automatisch ook eigenrisicodrager voor de WGA. Bent u nu geen eigenrisicodrager maar u wilt wel weten of eigenrisicodragen voor u voordeliger is, bel dan met KOSTER, 0172 424244 of stuur een e-mail naar zorg@koster.nl U kunt 2x per jaar eigenrisicodrager worden, op 1 januari en op 1 juli. 13 Weken voor deze datum moet u dit melden bij de Belastingdienst.
|
|
Ja. Als uw medewerker onvoldoende meewerkt aan zijn reïntegratie, mag u als eigenrisicodrager zelf een maatregel toepassen op de WGA-uitkering van deze medewerker. De maatregel kan zijn het korten op de uitkering. Een eigenrisicodrager, die een maatregel oplegt is bestuursorgaan in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Dat betekent dat voor de eigenrisicodrager diverse bestuursrechtelijke vereisten gelden, zoals:
- De eigenrisicodrager bereidt de beslissing tot een maatregel zorgvuldig voor. De eigenrisicodrager weegt daarbij zorgvuldig alle belangen af en onderzoekt alle relevante feiten. De eigenrisicodrager kan de werknemer daarbij in de gelegenheid stellen zijn zienswijze naar voren te brengen. De eigenrisicodrager moet een maatregel afstemmen op de ernst van de gedraging en de mate waarin de medewerker de gedraging te verwijten is.
- Een schriftelijke beslissing van de eigenrisicodrager om een maatregel op te leggen is een beschikking in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. De beschikking moet op een deugdelijke motivering berusten. Deze motivering moet ook in de beschikking vermeld worden.
- Tegen de beschikking kan de medewerker binnen 6 weken na ontvangst schriftelijk bezwaar instellen.
- De termijn, waarbinnen een bezwaar moet worden afgehandeld, is in het algemeen binnen 13 weken na de ontvangst van het bezwaarschrift.
- De schriftelijke beslissing van de eigenrisicodrager op het bezwaar is ook een “beschikking”. Tegen deze beschikking op bezwaar kan de medewerker binnen 6 weken na ontvangst beroep instellen bij de rechtbank.
- De eigenrisicodrager moet in de beschikkingen vermelden bij wie en binnen welke termijn de medewerker bezwaar en/of beroep kan instellen.
Uw medewerker kan ook een klacht indienen over een gedraging van de eigenrisicodrager met betrekking tot het toepassen van een maatregel. De eigenrisicodrager moet daarbij zorgen voor een behoorlijke afhandeling van een klacht. Zo mag de persoon, die de klacht behandelt, niet betrokken zijn geweest bij de gedraging, waarop de klacht betrekking heeft. Als u besluit een maatregel aan de medewerker op te leggen, dan moet u dat altijd doorgeven aan UWV. Kijk voor meer informatie op de UWV-site.
|
|
Het UWV blijft de keuringen voor het bepalen van de arbeidsgeschiktheid verrichten. Deze keuringen vinden plaats nadat uw medewerker 2 jaar ziek is geweest. Daarbij moet duidelijk zijn dat u en uw medewerker er alles aan hebben gedaan om uw medewerker weer aan het werk te krijgen. Als uw medewerker na de keuring gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt verklaard, is het UWV verantwoordelijk voor de re-integratie. Uw medewerker mag alleen ontslagen worden als u kunt aantonen dat passend werk niet binnen uw bedrijf te vinden is of als uw medewerker zich onvoldoende heeft ingespannen bij re-integratie.
|
|
Een WGA-gat is het verschil tussen de WGA-loongerelateerde uitkering en de WGA-vervolguitkering. Dit verschil in inkomen kan gemakkelijk oplopen tot meer dan 85% ten opzichte van de inkomsten van uw medewerker voordat hij/zij ziek werd. Dit WGA-gat ontstaat wanneer uw medewerker niet in staat is zijn/haar restverdiencapaciteit voor minimaal 50% te benutten. Een WGA-gatverzekering of individuele WIA-(excedent)verzekering (of (woon)lasten-AOV) vangt (een gedeelte van) het verschil op.
|
|
In het ‘oude’ WAO-stelsel was het gebruikelijk dat werkgevers gaten of ‘hiaten’ verzekerden voor hun medewerkers als een secundaire arbeidsvoorwaarde. In de WIA is dat blijkbaar niet vanzelfsprekend m.u.v. sommige CAO's waarin het verplicht wordt gesteld. Toch is een goede WGA-gatverzekering voor uw medewerkers nog net zo belangrijk als bij het oude WAO-stelsel. Want dat zij er in inkomen flink op achteruit kunnen gaan, mochten zij onverhoopt gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken, is wel duidelijk. Ook voor medewerkers waarvan de werkgever geen WGA-gatverzekering wil afsluiten bestaan goede alternatieven in de vorm van de Lasten-AOV of individuele WGA-gatverzekering. Uw plicht als werkgever is echter uw medewerkers hierop te wijzen. Dat kan heel eenvoudig door uw medewerkers te verwijzen naar www.koster.nl/wia. Werkgevers die niet (volledig) voor de WGA-premie willen opdraaien, kunnen de WGA-premie doorbelasten aan hun medewerkers.
|
|
U kunt, als u verzekerd bent bij UWV, maximaal 50% van de gedifferentieerde premie en bij eigenrisicodrager 50% van de WGA-lasten verhalen. De premie van een collectieve WGA-gatverzekering mag u volledig verhalen op uw medewerkers. Uw medewerkers zijn dan goed gedekt tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid en het is goedkoper dan een individuele verzekering!
|
|
Om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om gedeeltelijk arbeidsongeschikten aan het werk te houden of in dienst te nemen stelt het UWV 4 re-integratieinstrumenten beschikbaar.
Proefplaatsing
Als een werkgever en een gedeeltelijk arbeidsgeschikte medewerker de terugkeer in het arbeidsproces willen uitproberen, kan de werkgever een proefplaats aanbieden voor maximaal 3 maanden. Tijdens deze periode werkt de gedeeltelijk arbeidsgeschikte medewerker onbetaald op proef. De uitkering loopt door via het UWV.
Premiekorting
Als een werkgever een gedeeltelijk arbeidsongeschikte medewerker in dienst houdt of neemt, kan hij in aanmerking komen voor premiekorting op de arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidspremies.
Werkplekaanpassing
Een werkgever kan subsidie aanvragen bij het UWV voor kosten die hij maakt voor werkplekaanpassingen en andere 'niet-meeneembare' voorzieningen om de werkplek geschikt te maken voor de gedeeltelijk arbeidsgeschikte medewerker. Voorwaarde is wel dat de medewerker een contract heeft van minimaal 6 maanden of met elkaar opvolgende contracten minimaal 6 maanden in dienst is.
No risk polis
Als de gedeeltelijk arbeidsgeschikte medewerker binnen 5 jaar na de WIA-keuring ziek wordt, krijgt de werkgever het loon dat hij moet doorbetalen gecompenseerd in de vorm van ziekengeld. Mocht deze medewerker onverhoopt 2 jaar ziek blijven en opnieuw een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen, dan telt dat niet mee voor de berekening van de gedifferentieerde premie van de werkgever.
|
|
Als u bij het UWV verzekerd blijft, betaalt u minder gedifferentieerde premie als u minder werknemers met een WGA-uitkering heeft. Ook als u zich als eigenrisicodrager heeft verzekerd, betaalt u waarschijnlijk minder premie als minder werknemers in de WGA terecht komen.
|
|
Niet alleen de gedifferentieerde premie gaat omhoog. U maakt ook kosten om uw gedeeltelijk arbeidsongeschikte medewerker te vervangen (o.a. extra salariskosten), u heeft wellicht kosten als gevolg van productieverlies en u maakt kosten om uw gedeeltelijk arbeidsongeschikte medewerker weer aan het werk te krijgen. Kortom, voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Daarom is een goede verzuimverzekering waarbij uw reïntegratie-inspanningen in de eerste 2 ziektejaren van uw medewerker worden ondersteund door een verzekeringsmaatschappij zo belangrijk. Neem voor een verzuimverzekering contact op met de mensen van afdeling Zorg en inkomen, telefoon 0172 424244 of e-mail: zorg@koster.nl
|
|
Nee, de invoering van de WIA levert, in combinatie met de aanscherping van de keuringscriteria, op termijn juist een daling van de lasten voor werkgevers en werknemers op van naar schatting bijna 2 miljard euro per jaar.
|
|
Een ziektegeval moet op de WGA Eigen Risico-, WGA-gat en/of WIA Excedentverzekering binnen 3 maanden na de eerste ziektedag gemeld worden. Een ziektegeval moet ook altijd binnen 48 uur gemeld worden bij de Arbodienst.
|
|
Als iemand op dit moment al een WAO-uitkering heeft, krijgt hij of zij niet met de nieuwe wet WIA te maken. Voor deze personen blijft de huidige WAO gelden. Wel kunnen huidige WAO’-ers te maken krijgen met een herbeoordeling waarbij strengere eisen zullen gelden. De WIA geldt alleen voor mensen die vanaf 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden.
|
|
De WIA biedt geen vangnet voor zelfstandig ondernemers. U bent derhalve zelf verantwoordelijk voor een voorziening. Afhankelijk van de hoogte van de gewenste uitkering, wachttijden en uw huidige beroep zijn er verschillende oplossingen denkbaar in de vorm van inkomensverzekeringen. Laat u voorlichten door de mensen van afdeling Zorg en inkomen, telefoon 0172 424244 of e-mail: zorg@koster.nl
|
|
Op www.koster.nl/wia kunt alle informatie nalezen en zelfs beluisteren. Ook vindt u hier een rekentool waarmee u uw financiële situatie kunt uitrekenen mocht u of uw medewerker onverhoopt arbeidsongeschikt raken. Doen! U krijgt dan nog meer inzicht in wat er in uw situatie en die van uw medewerkers gebeurt! U leest hier ook meer over het excedentrisico voor medewerkers met hoge inkomens en de WIA-bodemverzekering voor ondersteuning in het 3e ziektejaar en als aanvulling op uw ziekteverzuimverzekering.
|
|
Staat uw vraag er niet tussen? Neem contact op met de afdeling Zorg en inkomen, telefoon 0172 424244 of per e-mail: zorg@koster.nl
KOSTER verzekeringen b.v. heeft haar dienstverlening aangepast aan de Wet op het financiël toezicht en heeft een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten onder nummer 12007436 en is aangesloten bij de Stichting Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD) onder nummer 300.004399. Klik hier voor meer informatie over klachten en de KiFiD.
|